Groep 1
Auditieve discriminatie 1
Verschillen waarnemen
Het kind kan verschil horen in geluiden en instrumenten (F)
Het kind kan verschil horen in woorden (S)
Doorgaande lijn: Leesvoorwaarde groep 3
We gaan bezig met rijmen, niet-rijmen, geluiden, gehoor, gehoorskokers, harder en zachter, verschil horen in woorden en overeenkomsten horen in woorden.
Groep 2
Auditieve discriminatie 2
Verschillen waarnemen
Het kind kan verschil horen in woorden (F)
Het kind kan verschil horen in klanken (S)
Doorgaande lijn: Leesvoorwaarde groep 3
Woordenschat:
Het kind kan de dieren uit de dierentuin herkennen en benoemen. Het kind kan aspecten die te maken hebben met de dierentuin herkennen en benoemen.
Dieren:
Lama, otter, leguaan, toekan, wasbeer, aap, beer, flamingo, giraf, gorilla, ijsbeer, kangaroe, koala, krokodil, leeuw, neushoorn, nijlpaard, olifant, panda, pinguin, schildpad, slang, struisvogel, tijger, zebra, chimpansee, papegaai, antilope.
Dierentuin:
De kooi, de verzorger, het hek, de kassa, het voer, de gasten, stal, hooivork, schep, kruiwagen, emmer, prikkeldraad, hok, vijver